Ehealth, in de vorm van gegevensuitwisseling en telemonitoring, moet volgens de deelnemers aan de expertmeeting een vanzelfsprekend onderdeel worden in het reguliere behandelproces van diabetes, zodat de behandeling kan starten waar die nu eindigt.
Diabetes mellitus is momenteel de meest voorkomende ziekte in Nederland. Naar verwachting zal het aantal mensen met de diagnose diabetes in 2025 bijna verdubbelen tot 1,2 miljoen, zo'n 7 procent van de totale Nederlandse bevolking. Daarnaast blijkt uit cijfers dat de invloed van internet en sociale media op de zorg, het zorgproces en de zorgvrager, en daarmee op de zorgprofessional en ons zorgstelsel groot is. Om de zorg voor diabetes toegankelijk, houdbaar en betaalbaar te houden, is een gewijzigd beleid noodzakelijk. De toepassing van ehealth kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Ehealth is de benaming voor nieuwe informatie- en communicatietechnologie, vooral internettechnologie, die de gezondheid en de gezondheidszorg ondersteunt of verbetert. Het is een hulpmiddel dat patiënten ondersteunt bij het zelf managen van hun zorgproces, en dat zorgprofessionals helpt de zorg efficiënter in te richten. Een brede toepassing van ehealth bewerkstelligt het behouden en vergroten van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, zowel op de korte als de lange termijn. Om diverse redenen wordt deze kans nog niet optimaal benut.
De doelstelling van het platform eHealthNu, een samenwerkingsverband van zes marktpartijen (Menzis, Achmea, Philips, KPN, Rabobank en TNO) en het ZorginnovatiePlatform (ZiP) van het ministerie van VWS, is de toepassing van ehealthdiensten als onderdeel van zorginnovatie aan te jagen. In 2020 moeten de diensten landelijk uitgerold zijn. eHealthNu sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande programma's en werkt samen met zorgaanbieders, zorgvragers en leveranciers aan oplossingen om breed ervaren barrières voor opschaling van ehealth weg te nemen.
De expertgroep diabetes binnen eHealthNu wil voorwaarden scheppen om op grote schaal succesvol ehealthdiensten binnen de diabeteszorg aan te kunnen bieden. Het rapport ‘Inventarisatie van eHealth in de diabeteszorg' gaat in op de gewenste functionaliteiten en de barrières voor diabetes mellitus. Het onderzoek van de expertgroep richt zich op twee zaken:
Het rapport is tot stand gekomen door deskresearch, het afnemen van interviews bij de belangrijkste stakeholders en door diverse bijeenkomsten waar experts op het gebied van diabetes kennis en ervaring met elkaar deelden.
Het proces rondom het verlenen van diabeteszorg kent verschillende knelpunten, voor zowel zorgverlener als zorgvrager. Naar verwachting kunnen ehealthtoepassingen veel van die knelpunten oplossen. Naar aanleiding van de specifieke behoefte aan ehealthtoepassingen, heeft eHealthNu een onderverdeling gemaakt in een drietal functionaliteiten waar op korte termijn meerwaarde te realiseren is voor de diabeteszorg: ondersteuning van gegevensuitwisseling, telemonitoring en patiënttoegang tot EPD en PGD. Een lagere prioriteit hebben functionaliteiten als beveiligde video-, e-mail-, en berichtencommunicatie tussen zorgvragers en sociale omgeving, mantelzorg en zorgverleners, online fora en communities en gepersonaliseerde (medisch) educatiesystemen.
1. Ondersteuning van de zorgketen
De gegevensuitwisseling in de zorgketen kan worden ondersteund met diverse ehealthtoepassingen, zoals het ketendossier, het elektronisch maken van een afspraak (e-afspraak) en de elektronische verwijsbrief. Via ondersteuning, en name met het ketendossier, is winst te behalen op het gebied van efficiency, kwaliteit en zelfredzaamheid. Om dat te realiseren moeten de reeds gedefinieerde standaarden op zorginhoudelijk en technisch niveau breed geïmplementeerd worden.
2. Telemonitoring
Telemonitoring is het continu monitoren van de fysieke conditie zoals gewicht, bloeddruk en glucosewaarden. Daarnaast kan telemonitoring ondersteuning bieden bij diseasemanagement en is het een goede manier om patiënten bewust te maken van en om te leren gaan met hun ziekte. Zowel zorgaanbieders als verzekeraars zijn al actief op het gebied van telemonitoring, echter opschaling is noodzakelijk. De randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie zijn goede technische en professionele ruggensteun en de functionaliteit om gegevens automatisch uit te lezen en te versturen.
3. Gegevensbeheer en -uitwisseling in de keten: Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) en Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD)
Toegang tot het EPD, onafhankelijk van tijd en plaats, is voor de zorgvrager onontbeerlijk. Bij bepaalde dossiers is dit al mogelijk, maar over het algemeen kan een zorgvrager zijn eigen dossier alleen inzien tijdens een bezoek aan de arts. Inzage in het eigen dossier kan een stimulerende werking hebben. Wel moet voor beide partijen duidelijk zijn op welke wijze gegevens gedeeld gaan worden en in hoeverre zowel zorgaanbieder als zorgvrager hierover controle heeft.
Het PGD biedt toegang tot allerlei informatie, gegevens en diensten rondom ziekte en gezondheid. Dit bespaart veel tijd en energie en legt de focus in het consult op de zaken waar het echt over moet gaan: de ziekte en de problematiek van de zorgvrager. Een veelbelovend initiatief voor diabetes is mijndvn.nl, het patiëntportaal van de diabetesvereniging waaraan volgens een groeimodel allerlei diensten toegevoegd worden. Dit wordt als een belangrijke ontwikkeling gezien.
Om ehealth succesvol door te kunnen voeren, zal een aantal barrières geslecht moeten worden. Uit het onderzoek komen met name bekostiging en inkoop, standaardisatie en cultuur en draagvlak als de grootste belemmeringen naar voren.
Bekostiging en inkoop
Bij de bekostiging en inkoop van zorg is sprake van te geringe afstemming van regelingen, schotten in financiering en bekostiging van zorg en weinig ruimte voor arbeidsbesparende en ehealthgerelateerde innovaties.
De meerwaarde van ehealthtoepassingen niet altijd inzichtelijk omdat kosten en baten op verschillende plaatsen in de diabetesketen vallen. De zorggroep bepaalt als hoofdaannemer de ICT-ondersteuning voor de eerstelijns diabeteszorg als geheel. Vaak wordt daarbij gekeken naar de voordelen voor de zorggroep/huisarts, en minder naar de voordelen voor de keten als geheel. Er zal echter niet alleen gekeken moeten worden naar de kosten en baten voor de zorg, maar ook naar het effect op de maatschappelijke baten zoals minder ziekteverzuim, vervoerskosten e.d.
Door een kloof tussen de financieringsstructuur van de zorg en de betalingsstructuur bij veel ICT-leveranciers, moet de zorgaanbieder de ontwikkeling en implementatie van een ehealthtoepassing vaak voorfinancieren. Met name in de eerste lijn is hier geen budget voor beschikbaar. Slechts in bepaalde gevallen is er projectfinanciering mogelijk. Daarnaast sluit in de beheerfase de verrekening van aanschaf en licentiekosten van ehealthtoepassingen niet aan op de DBC-structuur en de functionele bekostiging.
Cultuur en draagvlak
Zorgaanbieders zijn behoudend en conservatief, de cultuur en het draagvlak voor ehealthtoepassingen zijn bij hen over het algemeen beperkt. Medisch professionals moeten wennen aan de veranderende verhoudingen en vinden de integratie van ICT in het werkproces lastig. De consequenties van het delen van gegevens zijn voor hen nog lang niet helder en doordat er controle mogelijk is, voelt de zorgprofessional zich in zijn autonomie aangetast.
Zorgverleners vrezen dat de inzet van ehealth de relatie met de patiënt en daarmee de kwaliteit van zorg onder druk zet. Zij zullen moeten leren omgaan met hun veranderende rol van expert en hulpverlener naar coach. Ook de noodzaak tot samenwerken is voor veel zorgprofessionals geen natuurlijk proces en moet worden gestimuleerd. Dit leidt echter tot discussies over verantwoordelijkheid, zorg, expertise en geld. Binnen de diabetesketen zijn hierover al heldere afspraken gemaakt die nu op grote schaal toegepast moeten gaan worden.
Niet iedere mate van zelfmanagement en iedere ehealthtoepassing is geschikt voor iedere zorgvrager. Hun houding ten opzichte van ICT, die van belang is bij ehealthtoepassingen, wordt zeer divers beoordeeld en verschilt per zorgvrager. Kenmerken als leeftijd, taalvaardigheid, ICT-kennis en -vaardigheid en sociaaleconomische status spelen daarbij een rol. Segmentatie van doelgroepen met voor ieder een eigen benaderingswijze is nodig, waarbij duidelijk is wat de meerwaarde van ehealth voor hen is.
Toepassing van standaarden
De huidige technische ontwikkeling op het gebied ehealthdiensten is te fragmentarisch en te weinig gebaseerd op standaarden die opschaling bevorderen. Op het gebied van communicatie, berichtenverkeer en authenticatie zijn wel standaarden, maar de kwaliteit hiervan verschilt en ze worden niet overal geïmplementeerd of toegepast. Ook de toekomstvastheid van applicaties is onduidelijk waardoor men een afwachtende houding heeft en grote investeringen in ICT uitblijven.
Een ander probleem is de eenheid van taal. Zorgverleners moeten op dezelfde manier dezelfde gegevens registreren om gegevens op gestructureerde wijze met elkaar te kunnen uitwisselen en juist te kunnen interpreteren. Het e-Diabetesprogramma van Nictiz en de koepels geeft hiertoe een eerste aanzet.
Daarnaast is er sprake van verzuiling en wordt er voor elk ziektebeeld een nieuwe applicatie gekocht of ontwikkeld, wat het beheer bemoeilijkt.
Naar aanleiding van de bevindingen van de expertgroep DM heeft de stuurgroep van eHealthNu drie subwerkgroepen ingesteld om de volgende barrières in samenwerking met het zorgveld daadwerkelijk te slechten:
Inkoop en bekostiging
Bij de bekostiging ligt de prioriteit op het uitwerken van een businesscase voor gegevensuitwisseling. Uit deze businesscase zal blijken welke kosten en baten bij welke zorgverlener op welke plek in de keten optreden.
Cultuur en draagvlak creëren bij zorgaanbieders
De zorgprofessional, gevoed door onzekerheid en onwetendheid, is nog niet overtuigd van de meerwaarde van ehealth. Door heldere communicatie, educatie en het inzichtelijk maken van die meerwaarde wil eHealthNu de huidige cultuur helpen veranderen en het draagvlak vergroten. Ehealth moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van het reguliere zorgproces en in de behandeling van diabetes.
Interoperabiliteit
Verbetering van communicatie en gegevensuitwisseling in de keten is noodzakelijk. Voor verdere toepassing van ehealth geldt dit, zeker in de eerstelijns diabeteszorg, als randvoorwaarde. De huidige mogelijkheden voor gegevensuitwisseling binnen de keten moeten in kaart worden gebracht. Implementatie van beschikbare technische en semantische standaarden, zoals een minimale set aan gegevens, moet gestimuleerd worden.
Het rapport Inventarisatie ehealth in de diabeteszorg is gratis op te vragen bij het programmabureau eHealthNu.