Samenvatting rapport Chronisch Hartfalen

‘In het zorgproces van (chronisch) hartfalen kan telemonitoring patiënten thuis ondersteunen indien zij minimaal hun gewicht meten. Opschaling is haalbaar en effectief bij patiënten die recent gediagnosticeerd zijn (met een maximum van achttien maanden na diagnose), recent ontslagen zijn uit het ziekenhuis na een opname wegens hartfalen, of patiënten die zijn geclassificeerd als klasse 3 en 4 van de New York Heart Association (NYHA).'

Algemeen

Veel mensen in Nederland worden getroffen door chronisch hartfalen (HF), een combinatie van verschijnselen die direct of indirect het gevolg zijn van een verminderde pompwerking van het hart. Van alle chronische aandoeningen zal HF tot 2025 procentueel het sterkst stijgen (46,9 procent). Om de zorg voor HF toegankelijk, houdbaar en betaalbaar te houden, en om een onbalans tussen zorgvraag en zorgaanbod te voorkomen, zijn innovaties noodzakelijk. De toepassing van ehealth kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Waarom ehealth?

Ehealth is een hulpmiddel dat patiënten ondersteunt bij het zelfmanagen van hun zorgproces, en dat zorgprofessionals helpt de zorg efficiënter in te richten. Een brede toepassing van ehealth bewerkstelligt het behouden en vergroten van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, zowel op de korte als de lange termijn. Om diverse redenen wordt deze kans nog niet optimaal benut.

Rol eHealthNu

De doelstelling van het platform eHealthNu, een samenwerkingsverband van zes marktpartijen (Philips, Menzis, KPN, Rabobank, Achmea, Zip en TNO) en het ZorginnovatiePlatform van het ministerie van VWS, is de toepassing van ehealthdiensten als onderdeel van zorginnovatie aan te jagen. In 2020 moeten de diensten landelijk uitgerold zijn. eHealthNu sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande programma's en werkt samen met zorgaanbieders, zorgvragers en leveranciers aan oplossingen om breed ervaren barrières voor opschaling van ehealth weg te nemen

Doel rapportage

De expertgroep Hartfalen binnen eHealthNu wil voorwaarden scheppen om op grote schaal succesvol ehealthdiensten binnen de chronische zorg voor HF aan te kunnen bieden. Het onderzoek van de expertgroep richt zich daarbij op de volgende zaken:

  • Het in kaart brengen van de functionaliteiten voor HF.
  • Het inventariseren van de barrières die het opschalen van ehealthtoepassingen voor HF in de weg staan.
  • Het identificeren van oplossingsrichtingen om de barrières te slechten die ehealthdienstverlening in de chronische zorg voor HF belemmeren.

Het rapport is tot stand gekomen door deskresearch en het afnemen van interviews bij de belangrijkste stakeholders en experts uit het veld.

Huidige chronische zorg rond hartfalen

De chronische zorg voor HF richt zich voornamelijk op het voorkomen van verslechtering van de gezondheidstoestand, met als doel het beletten van onnodige ziekenhuisopnamen. Door het doorbreken van stabiele periodes van (chronische) zorg met episodes van decompensatie en ziekenhuisopname, kent HF een regelmatig terugkerende cyclus van evaluatie en aanpassing van de behandeling. Basiselementen van de chronische zorg voor HF zijn:

  • regelmatige follow-up van de toestand van de patiënt;
  • dagelijks wegen, liefst door de patiënt zelf.

Functionaliteiten ehealth bij HF

Verschillende functionaliteiten zijn bij ehealth van belang. eHealthNu heeft een onderverdeling gemaakt in een aantal functionaliteiten waar op korte termijn meerwaarde te realiseren is: telemonitoring en patiënttoegang tot EPD en PGD.

  • Gegevensbeheer en -uitwisseling in de keten
  • Het elektronisch patiëntendossier (EPD) is een virtueel dossier dat uitwisseling van medische gegevens mogelijk maakt. Met het EPD krijgt de patiënt meer regie over zijn eigen zorg. Zorgaanbieders kunnen actuele en volledige informatie over de patiënt vanuit het hele land opvragen en inzien, mits zij daartoe bevoegd zijn en daarvoor toestemming hebben van de patiënt.
  • Een persoonlijk gezondheidsdossier (PGD) is een systeem waarmee de patiënt persoonlijke gezondheidsinformatie kan opslaan. Deze medische informatie kunnen de zorgvrager helpen zelf een beter inzicht in zijn gezondheid te krijgen en die actief te onderhouden. Door actief zelfmanagement zal een dossier worden opgebouwd dat ook voor behandelende zorgverlener relevant is. De huidige initiatieven rond het PGD zijn zeer divers: tal van losse lokale systemen die onafhankelijk van elkaar zijn ontwikkeld.

Telemonitoring

Een belangrijke ehealthfunctionaliteit is telemonitoring, het door de zorgverlener op afstand volgen en begeleiden van patiënten door middel van monitoring van gewicht, bloeddruk, symptomen en klachten, gegevens interpreteren en eventueel actie ondernemen. In Nederland zijn al verschillende telemonitoringtoepassingen voor HF in gebruik, waarbij de patiënt zelf zijn gewicht en bloeddruk meet.

De verwachting is dat met telemonitoring de kwaliteit van zorg verbetert, de kosten dalen en de kwaliteit van leven van de patiënt verbetert. Uit onderzoek, waarin telemonitoringprogramma's werden vergeleken met de gebruikelijke zorg voor patiënten met HF, komt naar voren dat telemonitoring een positief effect heeft.

Barrières voor ehealth

Om ehealth succesvol in de Nederlandse zorgsector te kunnen doorvoeren, zal een aantal barrières geslecht moeten worden. Uit het onderzoek komen met name financiering, standaardisatie en cultuur en draagvlak bij de zorgaanbieder als de grootste belemmeringen naar voren.

 

Bekostiging en inkoop

Een gebrek aan - structurele - financiering vormt een belangrijke barrière voor het opschalen van ehealthtoepassingen. Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. Als eerste is de huidige organisatie van de gezondheidszorg onvoldoende stimulerend om te investeren in nieuwe technieken en innovaties. Daar komt bij dat de bestaande oplossingen te duur zijn om kleinschalig in te zetten en zelfmanagement en ehealth nog geen vaste plaats binnen het zorginkoopbeleid hebben. Het ontbreken van de zorgstandaard leidt tot een niet-geïntegreerde zorginkoop van de eerste- en tweedelijnszorg.

Daarnaast is er een gebrek aan algemene business modellen en cases rond ehealth. De business cases die beschikbaar zijn, hebben vaak betrekking op één plek in de keten, terwijl de kosten en baten van ehealth op verschillende plaatsen in de zorgketen vallen. Het meten van de totale baten van een ehealthtoepassing is ook een punt van aandacht: business cases richten zich voornamelijk op baten voor de zorg, terwijl maatschappelijke baten, zoals een lager ziekteverzuim en lagere vervoerskosten, ook van belang zijn.

 

Cultuur en draagvlak bij zorgvragers/zorgverleners

Als gevolg van gebrekkige voorlichting is er vaak te weinig draagvlak voor zorginnovatie onder zorgverleners en zorgvragers. In het zorgproces staat de patiënt ook niet echt centraal. Patiënten zien communicatie binnen het zorgproces als een groot struikelblok. Niet iedere mate van zelfmanagement en iedere ehealthtoepassing geschikt voor iedere zorgvrager. Daarnaast ontbreekt consensus over de vraag wat zelfmanagement inhoudt.

Momenteel worden ehealthtoepassingen vooral ontwikkeld vanuit het aanbodperspectief, en niet vanuit de zorgvraag.

Zelfmanagement en ehealth maken momenteel geen onderdeel uit van het behandelprotocol. Zorgaanbieders hebben vaak geen tijd of geld voor aanpassingen aan hun zorgproces en ondersteuningsstructuren, zoals ICT voor de implementatie van ehealthtoepassingen. Hierdoor ontbreken de ondersteunde diseasemanagementsystemen met een koppeling naar een EPD of ketendossier. Willen ehealthtoepassingen op een verantwoorde en succesvolle manier inpassen in het zorgproces, dan is draagvlak bij, en inzet van de medisch professionals vereist.

 

Interoperabiliteit en toepassing van standaarden

Het ontbreken van uniformering en standaardisatie van de techniek van verschillende ehealthtoepassingen vormt een grote barrière bij het opschalen van ehealthtoepassingen voor HF. Uitwisseling van informatie tussen verschillende systemen is erg moeilijk, maar van essentieel belang. Het gaat om het implementeren van technische standaarden en het kiezen voor generieke oplossingen ter verbetering van de interoperabiliteit tussen verschillende systemen.

Ook het feit dat alle aspecten die bij ehealth een rol spelen, waaronder communicatie, niet geprotocolleerd en vastgelegd zijn in een zorgprotocol speelt een belemmerende rol bij de opschaling. Zowel de zorgverlener als de zorgvrager ontbreekt het aan helderheid en houvast.

Vervolgstappen

Om opschaling van ehealth in de chronische zorg voor HF te kunnen realiseren, zal een aantal stappen genomen moeten worden.

 

Bekostiging

Bij de bekostiging en inkoop ligt de prioriteit bij het vergoeden van ehealth voor HF via een DBC in de tweedelijnszorg door de zorgverzekeraars. In een later stadium kan de financiering van de eerstelijnszorg via een zorgstandaard HF plaatsvinden.

Om telemonitoring -  meten van gewicht en bloeddruk, en incidenteel een ECG - te bewerkstelligen, zal de inkoop hiervan bij zorgverzekeraars moeten worden gestimuleerd. Zij moeten meer zicht krijgen op ehealthtoepassingen en overtuigd worden van de effectiviteit hiervan.

 

Cultuur en draagvlak creëren bij zorgaanbieders

Ehealthtoepassingen, een goed functionerend EPD en het centraal stellen van de patiënt worden als een goede oplossing gezien. Communicatie over de mogelijkheden van ehealth aan zowel zorgvragers al zorgverleners speelt daarbij een cruciale rol. Zorgverleners moeten consensus bereiken over de term zelfmanagement en de geschiktheid van telemonitoring in de chronische zorg voor HF.

 

Interoperabiliteit en toepassing van standaarden

Het ontwikkelen van een zorgstandaard HF maakt dat ehealth op een verantwoorde manier is in te bedden in de reguliere zorg rond HF. Onderdeel hiervan vormen zelfmanagement en hulpmiddelen als ehealth. Voorwaarde is een landelijk geaccepteerde definitie van het begrip zelfmanagement. Vervolgens moet de zorgstandaard zich gaan vertalen in een zorg- en communicatieprotocol voor ehealth, waarbij alle aspecten rond ehealth worden geprotocolleerd.

Voor de implementatie van ehealthtoepassingen moet niet gewacht worden op standaardisatie, dit moet zich gaandeweg uitkristalliseren. Een eerste stap hiertoe is het ontwikkelen van een specifieke dataset voor HF (naar het voorbeeld van het e-diabetesprogramma van NICTIZ).

 

Het rapport Inventarisatie eHealthNu expertgroep Hartfalen is gratis op te vragen bij het programmabureau eHealthNu.